Onderzoek interactieve rondleiding

Interactief museumbezoek voor scholieren

Hoe geef je een goede rondleiding?

1. Hoe betrek je scholieren bij de kunst in het museum?
2. Wat is een goede interactieve rondleiding?
3. Waar moet je op letten als begeleider bij een museumbezoek?
4. Welke vragen stel je bij een interactieve rondleiding?
5. Aan welke eisen moet een goede gids voldoen?

Inhoudsopgave

1.    Inleiding    3
2.    Persoonlijke doelstelling van het onderzoek    3
3.    MUHKA Visie en methodiek    3
3.1.    Beschrijving project    4
3.2.    Visie en Methodiek    4
3.2.1.    Publiek    4
3.2.2.    Het kunstwerk    5
3.2.3.    De gids    6
3.2.4.    Voorwaarden voor communicatie    6
4.    Witte de With/ Interactieve kunstconfrontatie    7
4.1.    Algemeen    7
4.2.    Vragen stellen    8
4.3.    Jongeren vroeg betrekken bij kunst    8
4.4.    Inhoud    8
4.5.    Informatie krijgen over de groep.    9
4.6.    Rol van de begeleider    10
4.6.1.    Evaluatie, aanwijzingen    10
5.    Stedelijk Museum Amsterdam/60 jaar MAGNUM Photos    10
5.1.    Inleiding en algemene beschrijving bijeenkomst    10
5.2.    Algemene criteria    11
6.    Conclusie    11
7.    Bronnen en literatuurlijst    13
8.    Bijlagen    13
8.1.    Bijlage 1    13
8.1.1.    Deel 1    13
8.1.2.    Deel 2    13
8.1.3.    Deel 3    14
8.1.4.    Deel 4    14

1. Inleiding
Veelal wordt door de scholieren de klassieke of hedendaagse kunst in het museum beschouwd als iets onverteerbaars en troebels.
De term “klassieke kunst” brengt het gevoel met zich mee van iets dat antiek, uit de tijd, achterhaald en conservatief is.
De term ” hedendaagse kunst” geeft het gevoel van iets dat vaag en onbestendig is. Bovendien worden de scholieren verplicht om een museum te gaan bezoeken. En een verplichting is nooit leuk.
Vooral een doelgroep als Vmbo-leerlingen verwacht beslist geen spannend of leuk cultureel uitje. Zelf ben ik van mening, dat een educatieve kennismaking met de kunst een zeer belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling, opvoeding en vorming van het jonge individu.
Daarom heb ik een onderzoek gestart naar de volgende vragen:

1. Hoe betrek je scholieren bij de kunst in het museum?
2. Wat is een goede interactieve rondleiding?
3. Waar moet je op letten als begeleider bij een museumbezoek?
4. Welke vragen stel je bij een interactieve rondleiding?
5. Aan welke eisen moet een goede gids voldoen?

Deze simpel en duidelijk gestelde vragen heb ik  in de volgende alinea’s uitgebreid belicht en beantwoord.
Mijn bevindingen zijn deels gebaseerd op onderzoek dat gedaan is door educatieve medewerkers van MUHKA te Antwerpen en educatieve medewerkers van andere instellingen, met name Witte de With te Rotterdam. Ik heb de werkwijzen van de bovengenoemde instellingen met elkaar vergeleken. Aan het eind van mijn onderzoeksverslag komen mijn bevindingen samen tot een conclusie.

2. Persoonlijke doelstelling van het onderzoek
Als toekomstig leerkracht wil ik me, onder andere, graag richten op het geven van rondleidingen in culturele instellingen.
Ik zie het als een uitdaging om een “droge” theoretische kennis over kunst, niet alleen op een educatieve en leerzame, maar vooral op een leuke en aangename manier aan de leerlingen over te dragen. De informatie die de kinderen meekrijgen in het museum moet ze inspireren en “verlichten”.

3. MUHKA Visie en methodiek
MUHKA is een museum voor de hedendaagse kunst in Antwerpen dat zich specialiseert in het geven van interactieve rondleidingen. Deze waren aanvankelijk vooral voor volwassenen bedoeld. Later breidde de methode zich uit naar een jonger publiek. In mijn onderzoek kijk ik met name naar de mogelijkheden voor het gebruik met betrekking tot scholieren.

3.1. Beschrijving project
De interactieve rondleiding is ontstaan uit de praktijk. Een theoretische onderbouwing was vervolgens noodzakelijk. Een zoektocht naar literatuur leverde geen kant-en-klare modellen op, wel visies die de aanpak ondersteunen.
Didactische methodieken en visies kunnen een referentiekader bieden omdat ook een rondleiding zich in vormingscontext afspeelt.
Disciplines, zoals de psychologie, de fenomenologie en de kunstbeschouwelijke methoden bieden interessante kaders voor een benadering van een kunstwerk.
Visies over de museumcontext en de benadering van de kinderen ondersteunden Muhka’s manier van denken.
Zo wordt aan het Department of Museumstudies van de universiteit van Leicester de museumeducatie theoretisch onderbouwd. Hun bijdrage, vanuit een ander perspectief van de hedendaagse kunst, werkte verhelderend en verrijkend.

Ondersteuning hiervoor kwam dankzij de campagne Museum en Samenleving van de Koning Boudewijnstichting. Daarop verruimde MUHKA het project naar de ontwikkeling van een visie en een methodiek die ook voor andere kunstmusea bruikbaar zijn.

3.2. Visie en Methodiek
Tijdens een rondleiding spelen, volgens MUHKA’s onderzoek, drie componenten een rol:
w het publiek,
w het kunstwerk
w de gids.
Deze componenten worden in de volgende alinea’s behandeld.
3.2.1. Publiek
Onderzoeksvraag 3 luidt: “Waar moet je op letten als begeleider bij een museumbezoek.” Dit werk ik hieronder verder uit.
Bij de interactieve rondleiding wordt het publiek, c.q. de groep gezien als verzameling zelfstandig denkende en voelende individuen met een eigen referentiekader, leerniveau en levenservaring.
leder individu heeft zijn eigen persoonlijke context, behoeften en motivaties.
Dat beïnvloedt de wijze waarop de deelnemers een rondleiding ervaren, zich gedragen en leren.
De persoonlijke en sociale contexten van de deelnemers zijn in voordurende interactie met elkaar. Tijdens een interactieve rondleiding probeert de gids aansluiting te vinden bij deze eigen contexten van de deelnemers.
Elke groep is verschillend. Factoren zijn de samenstelling, het niveau, de beginsituatie, het doel en de verwachtingen van de rondleiding. Uit dit geheel van factoren ontstaat een groepsdynamica.

Groepsdynamica
De stimulatie van de groepsdynamica in de groep is van groot belang. Hierbij hoort ook de non-verbale communicatie zoals lichaamstaal:houding, beweging, mimiek, statussymbolen, kleidij… Een gids moet ook zich bewust zijn van eigen non- verbale communicatie en dat van gedrag van de groep. De reacties zoals: fronsen, wegkijken, knikken, moeten door de gids moeiteloos geïnterpreteerd en geplaatst moeten worden.

Van belang zijn nog de volgende aspecten:

Veiligheid
Een belangrijk aspect is veiligheid. Zowel de groep als de gids moet zich veilig voelen om zich aan dialoog en vragen heen en weer over te geven.
De gids benadert de deelnemer aan een interactieve rondleiding als een evenwaardige partner. Tijdens de inleiding legt de gids uit wat er precies gaat gebeuren, hoe hij/zij te werk zal gaan. Een andere manier om een veilig gevoel te scheppen, is laagdrempelige en toegankelijke vragen aan de groep te stellen.
Ook de gids moet zich veilig en zelfverzekerd voelen. Angst om een groep niet te kunnen motiveren, onzekerheid over de inhoud of over de te gebruiken communicatietechnieken creëren een gevoel van onveiligheid.
De gids moet er zich bewust van zijn welke aspecten bij hem onzekerheid scheppen.

Aantal
Voor een kwalitatieve en overzichtelijke rondleiding mag het aantal deelnemers niet groter zijn dan vijftien.
Ik vind het jammer dat MUHKA niet verder onderbouwt waarom juist het aantal 15 cruciaal is. Het zou kunnen dat bij een bepaalde groepsdynamiek dit getal te hoog is, terwijl het in bepaalde gevallen ook best naar 18 of 20 bezoekers zou kunnen gaan.

Evaluatie
Het is belangrijk om een korte nabeschouwende evaluatie met de groep te houden. MUHKA laat het bij deze vaststelling. Daarom heb ik bij galerie Witte de With nog extra aandacht aan dit punt besteed.

3.2.2. Het kunstwerk
Tijdens een interactieve rondleiding staat het kunstwerk centraal. Kijken naar kunst transformeert zich in een actief proces van het samen ontdekken, vragen stellen, verwonderen en betekenis geven aan het werk.
Mijn mening is dat je jezelf als rondleider bewust moet zijn van de vragen die je aan het publiek stelt en wat deze voor effect sorteren. De goede vragen die je stelt leiden de leerlingen tot het vinden van eigen inzichten. Door het vormen van een eigen mening gaat deze de betekenis van het kunstwerk voor hem (haar) zien.
De MUHKA educatief medewerker stelt dat de overdracht van “weetjes” zoals: Waar is de kunstenaar geboren? Is hij getrouwd? Heeft hij al dan niet gestudeerd? niet echt nodig zijn voor het beschouwen van een kunstwerk.
Toch kan een anekdote of een goed verhaal een aangename aanvulling of afwisseling bieden. Elke toelichting moet stimulerend werken voor het kijk- en denkproces. De associaties, gedachten en meningen van de deelnemers aan de rondleiding zijn bovendien gelijkwaardig aan de informatie die de gids aanreikt.
De collectie of de tentoonstelling bepaalt ten slotte de inhoud en de mogelijkheden van de interactieve rondleiding. Niet de veelheid van de kunstwerken is belangrijk, wel de kwaliteit van de dialoog die tussen beschouwer en kunstwerk tot stand komt.

3.2.3. De gids
MUHKA geeft een aantal richtlijnen voor de gids:
Deze stelt zich niet op als alwetende informatieverschaffer, maar als een bemiddelaar in een kijk- en denkproces. Behalve over een goede inhoudelijke kennis moet de gids dus ook over een repertoire van communicatieve en begeleidingsvaardigheden beschikken. Dit wordt onder het hoofd Communicatie verder uitgewerkt.

Inhoud
De inhoud moet niet alleen gereproduceerd worden, maar ook vertaald naar het niveau en de leef– en denkwereld van de groep. De gids maakt daartoe een keuze van kunstwerken, interessante thema’s. Ik ben van mening dat het voor elke rondleiding belangrijk is dat de gids een inzicht heeft in de samenhang binnen de tentoonstelling. Alleen zo kan hij een “rode draad” door de rondleiding creëren, een duidelijk houvast voor zichzelf en voor de groep.

Groep
MUHKA stelt dat de gids tijdens een interactieve rondleiding moet proberen aansluiting te vinden met de leef- en denkwereld van de deelnemers. De inleiding is in dit verband het belangrijkste moment. Met enkele korte, informele vragen kan een gids specifieke informatie over de samenstelling en dynamiek van de groep bepalen.
Vervolgens geven de educatieve medewerkers een aantal tips en randvoorwaarden voor een betere interactieve rondleiding en voor het voeren van een goed gesprek tussen de gids en het publiek. Dit heb ik hieronder uitgewerkt.

3.2.4. Voorwaarden voor communicatie
V raaggesprekstechnieken
Een goede beheersing van vraaggesprekstechnieken is belangrijk om interactie tussen publiek, kunstwerk en gids tot stand te brengen. Als gids streef je naar tweerichtingsverkeer in de communicatie.

Voorwaarden voor het stellen van vragen
Vragen die de gids kan stellen, kunnen verschillende processen bevorderen zoals gericht kijken, persoonlijke associaties, inzicht op basis van kennis die er al is, beleving, rationeel en creatief denken.
De vragen moeten goed verstaanbaar zijn, eenduidig en ondubbelzinnig om verwarring te voorkomen. Het is zeer aan te raden om open vragen te stellen zoals:”Wat trekt je aandacht in dit werk? “of “Kun je beschrijven wat dit werk te zien geeft?”
Suggestieve vragen: zoals “Dit is een zeer belangrijk werk, vind je niet?”, zijn uit den boze.
Deze sturende manier van vragen stellen brengt bij kinderen een terughoudend gevoel teweeg.
Een interactieve rondleiding is niet alien een gezellig gesprekje over kunst. De gids moet de juiste balans tussen vragen stellen, gesprek en input van informatie in het oog houden.

Opdrachten
Ook voor het maken van de opdrachten heeft MUHKA richtlijnen bedacht.
Een opdracht kan gericht zijn op kijken, denken, associëren, inzicht, expressie. Een opdracht mag niet saai zijn, laat staan belerend. Ze moet prettig overkomen. Elke vorm van betutteling en schoolse aanpak zou moeten worden afgewezen.
Deelnemers aan een rondleiding moeten inzicht hebben in de opgave. Gids legt altijd uit waarom hij de opdracht gebruikt. Veiligheid is een voorwaarde die moet worden vervuld voor zowel de groep als de gids. De mensen moeten vrijheid voelen om eventueel niet mee te doen.

Posities
Een van de belangrijke aspecten van een goede interactieve rondleiding is ook het positioneren van de gids ten opzichte van de groep. Daarmee bedoel ik het juiste gebruiken van de macht/-krachtpositie. De machtpositie werkt op de groep polariserend. Gedraguitingen die je kan zien bij het beoefenen van de boven genoemd positie zijn: protesteren, denigreren, bekritiseren. Naar mijn mening zijn hier de gedragsuitingen van gids en publiek in een zin genoemd. Denigreren kan een houding zijn van de gids in machtpositie, terwijl protesteren eerder bij het publiek zal plaatsvinden. Bekritiseren zou van beide kanten kunnen komen. De uitspraak is zoals hij gedaan is, niet erg helder.
De krachtpositie heeft de eigenschap de groep te verbinden. Gedragsuitingen in dit geval zijn: samenwerken, organiseren, stimuleren, inleven.
In de interactieve rondleiding staat de gids als verbindend krachtelement. Zijn functie is om een groep te stimuleren, de informatie te structureren, mensen aan het denken te zetten en tot een actie op te roepen.
Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen boven- en onderposities. De bovenposities hebben te maken met het uitoefenen van invloed, onderposities reageren op deze invloed. De gids zal tijdens de interactieve rondleiding veelvoudig de boven- en onderposities voor elkaar inruilen. Vanuit de bovenpositie start de gids de rondleiding, hij is dan verantwoordelijk voor de inhoud. Vanuit onderpositie probeert hij het gesprek op gang te brengen om zich attent en inlevend op te stellen ten opzichte van het publiek. De kunst is om boven- en onderpositie op een juiste manier op elkaar af te stemmen. Soms kan te veel dynamiek en bewegelijkheid van de gids afleidend voor de groep zijn. Een zachte stem hoeft geen zwaktepunt te zijn en kan juist de aandacht vasthouden.

In de bovenstaande alinea’s hebben we een duidelijke visie en methodiek van de Antwerpse museum MUHKA kunnen bestuderen. De uitspraken en meningen over de groepsdynamica, de methode van vragenstellen tijdens de interactieve rondleiding, de rol en positie van de gids, het belang van het kunstwerk, waren vrij overzichtelijk en theoretisch uitgelegd.
Er werden antwoorden op vragen gegeven zoals:
Wat is een goede interactieve rondleiding? Waar moet je opletten als begeleider bij een museumbezoek?Welke vragen stel je tijdens de interactieve rondleiding?

4. Witte de With/ Interactieve kunstconfrontatie
4.1. Algemeen
Galerie Witte de With heeft een gelijksoortige methodiek voor het geven van interactieve rondleidingen ontwikkeld, die wordt ondersteund door het onderzoek van de educatiemedewerker Belinda Hak. Naast alle bovengenoemde onderzoeksvragen, betreffende interactieve rondleidingen, werkte Hak de volgende probleemstelling uit: “Hoe betrek je scholieren bij de kunst in het museum?”

Tijdens een interactieve rondleiding let Hak op de volgende algemene punten:
1. Scholieren moeten op zoek gaan naar alle mogelijke associaties bij het kunstwerk.
2. De gids moet zorgen dat er geen kunstterminologie uitgelegd wordt.
3. De gids stelt zich in positie van de “niets wetende” leerling.
4. De gids weet dan direct welke vragen er leven en kan de specifieke interesse, verwondering of verontwaardiging als uitgangspunt nemen.
5. Het doel is aansluiting bij leef- en denkwereld van de kinderen.
6. De gids confronteert de groep met een kunstwerk waarbij deze primair reageert en aan de slag gaat.

Uit de bovenstaande opsomming is mij het verband tussen punt 3 en 4 niet duidelijk. Immers de loutere positie als niets wetende leerling levert geen informatie op. Het lijkt mij dat daarvoor eerst inleidende, open vragen moeten worden gesteld.

4.2. Vragen stellen
Volgens Hak zijn vragen vooral gericht om verschillende processen te stimuleren; gericht kijken, discussie of een mening uitlokken. Vanuit de ervaring van Hak moeten vragen vooral open, doelgericht, uitdagend en gevarieerd zijn. Als begeleider houdt ze in de gaten of iedereen het nog boeiend vindt en bewaakt ze de kwaliteit van het gesprek. Dus ze stelt geen vragen die op een kwis gaan lijken.

4.3. Jongeren vroeg betrekken bij kunst
Belinda Hak onderzocht de lage interessegraad voor kunst bij jongeren.
Vanuit de ervaring van Hak blijkt dat jongeren meestal geen waarde hechten aan kunst. De jongeren vanaf 14 jaar komen nauwelijks in aanraking met kunst en kunstinstellingen.
Het is ook niet wonderbaarlijk dat ze het woord”saai” gebruiken als het over kunst gaat. Volgens haar staat “saai” voor “ik begrijp het niet” of “het staat te ver van me af”.

In antwoord op mijn eerste onderzoeksvraag, namelijk “Hoe betrek je scholieren bij de kunst in het museum” noemde Hak de volgende oplossingen:
- De jongeren moeten vanaf groep 1 in aanraking komen met kunst.
- Er moet een actief, receptief en reflectief beleid op school komen (niet alleen maar knutselen in de klas, een ad hoc kunstprojectje, een sporadisch museumbezoek).
- De leerling worden gemotiveerd om zelfstandig naar kunst te kijken.

Verder heeft Hak een inhoudelijk schema gemaakt dat voor iedereen van toepassing is die bezig is met het geven van interactieve rondleidingen.
In dit schema worden aspecten als inhoud, invalshoek, onderwerpen, “rode draad”, voorbeeldvragen van de begeleider en evaluatie behandeld.

4.4. Inhoud
Invalshoek, onderwerpen en rode draad.
Belinda Hak vindt het erg belangrijk eerst een invalshoek te kiezen om de inhoud van de rondleiding te bepalen. De invalshoek hangt af van het thema van de tentoonstelling. Daarna kun je er verschillende onderwerpen bij betrekken. Dit zou de “rode draad” bepalen.

Voorbeelden van de “rode draad”:

Tentoonstelling:
- Thema van de tentoonstelling.
- De visie en mening van de curator.
- De productie van de tentoonstelling.
- De samenstelling van de tentoonstelling.
Kunstwerken:
- Thema van het werk.
- De visie en mening van de kunstenaar.
- De productie van het werk.
- Vergelijking met ander werk uit de tentoonstelling.

4.5. Informatie krijgen over de groep.
Het is van belang om van tevoren wat informatie te krijgen over de groep die de tentoonstelling komt bezoeken. Wat voor soort groep is het, met welk doel vanuit welke motivatie gaat zij deelnemen aan een begeleid bezoek.
Als begeleider probeer je ook een persoonlijk contact te leggen met de leerlingen.

Een goede sfeer creëren
De goede sfeer in de groep blijft een belangrijk punt voor een interactieve rondleiding.
Daarom wordt een positieve, open en duidelijke instelling van de begeleider verwacht. Hoe creëer je een goede sfeer tijdens een rondleiding:
- Vriendelijke ontvangst door de begeleider.
- De begeleider moet vrij zijn van vooroordelen op basis van negatieve ervaringen met soortgelijke groepen.
- Hij (zij) moet persoonlijke onzekerheden terzijde kunnen stellen.
- De groep moet beschouwd worden als partner in het kijk- en denkproces.
- Belangrijk communicatiemiddel is het stellen van vragen aan de groep.

In de volgende alinea’s werk ik verder uit wat Hak met het stellen van vragen voor ogen staat, want mijn vierde onderzoeksvraag luidt: “Welke vragen stel je tijdens de interactieve rondleiding?”
Het doel van vragen stellen is om verschillende processen te bevorderen bij de groep: Actief nadenken, goed kijken, interpreteren, vragen stellen om iets te vragen, eigen mening formuleren, reflecteren, fantaseren en associëren.
Hak noemt ook een aantal valkuilen bij het stellen van vragen:
- vragen stellen om iets te vragen te hebben,
- vragen stellen alsof het een kwis is,
- vragen stellen die voor de hand liggen of niet aansluiten bij het niveau van de groep -vragen stellen om specifiek antwoord te krijgen.

Dat de begeleider vragen stelt wil niet zeggen dat hij geen informatie verstrekt. Hij verstrekt zeker informatie, maar in een vorm van actie en reactie.

4.6. Rol van de begeleider
De rol van de begeleider is een aspect van mijn vijfde onderzoeksvraag, namelijk: “Aan welke eisen moet een goede gids voldoen?” Hak stelde het volgende.
Begeleiders kunnen zich verschillende rollen aanmeten. Een begeleider kan zijn: een moderator, een gesprekspartner, een gastvrouw/heer, een acteur, een entertainer, een bruggenbouwer, een verteller, een coach. Voor een begeleider is het belangrijk zich bewust te zijn van zijn/haar rol. In vergelijking met MUHKA werkt Witte de With het punt evaluatie verder uit.
4.6.1. Evaluatie, aanwijzingen
Het is van belang om na een rondleiding een aantal vragen aan jezelf te stellen.
Algemene indruk
Was je ontspannen? Heb je een positief gevoel? Ben je tevreden over je aanpak? Had je overwicht op de groep? Kon je aansluiting vinden bij de groep?
Ontvangst
Hoe ging de ontvangst van de groep? Hoe was de sfeer in de groep bij binnenkomst? Was je tevreden over de rol en de houding van de eventuele bezoekende groepsbegeleider? Ging het zoals je verwacht had? Wat zou je een volgende keer anders doen?
Introductie
Was de groep goed voorbereid op het bezoek? Zou dit in het vervolg anders moeten?
Hoe stelde de groep zich op en hoe reageerde jij daarop? Wil je dat een volgende keer anders doen?
Hoe ging de introductie? Ben je zaken vergeten waardoor er voor de groep onduidelijkheden waren? Hoe was de overgang van de introductie naar de daadwerkelijke confrontatie?
De kunstconfrontatie
Ben je tevreden over de opbouw, route, duur? Ging het zoals je verwacht had? Sloot jouw tempo en tijdsduur aan bij de behoefte van de groep?
Kon je de inhoud van de tentoonstelling en verschillende werken goed overbrengen? Heb je goed gevarieerde vragen gesteld? Had het gesprek kwaliteit?
Stelde de deelnemers vragen? Ben je goed ingegaan op de opmerkingen? Voelde je het niveau van de groep goed aan? Hoe was de sfeer van de groep? Waaraan merkte je dat?
Afsluiting
Wat vond de groep van het werk, de tentoonstelling, de kunstwerken en de kunstconfrontatie? Hoe weet je dat?
Ben je tevreden over de manier waarop je hebt afgesloten? Heb je goed afscheid genomen van de groep, heb je verteld wat je ervan vond en hen bedankt voor hun interesse? Op welke manier verliet de groep het gebouw?
Wat wil je op basis van deze ervaringen een volgende keer anders of juist hetzelfde doen?
5. Stedelijk Museum Amsterdam/60 jaar MAGNUM Photos
5.1. Inleiding en algemene beschrijving bijeenkomst
In het Stedelijk Museum in Amsterdam werd een mogelijkheid aan docenten gegeven om de tentoonstelling MAGNUM te ontdekken en te bekijken. Persoonlijk was ik blij deze bijeenkomst van dicht-bij te mogen meemaken.
De docenten werden in het museum ontvangen en begeleid door de tentoonstelling heen.
De begeleiders gaven een rondleiding in de vorm van een interactief gesprek. De bedoeling van deze docentenmiddag was om de leerkrachten te inspireren en te enthousiasmeren om de tentoonstelling met de klas te bezoeken.

Het was een indrukwekkende tentoonstelling met veel fascinerend beeldmateriaal. Tijdens de rondleiding werd publiek ingeleid met de uitgebalanceerde hoeveelheid informatie.
De eerste vragen die gesteld waren: Wat zie je? Wat voor gevoel roept het beeld bij je op? Wat wilde de maker er volgens jou mee uitdrukken? Hoe zou dit beeld bij de leerlingen ont-vangen worden?
Pas na dat deze vragen beantwoord werden, kwam een begeleider met achtergrondinformatie van het beeld. De bedoeling was dat we even in het kort een indruk kregen hoe zo’n interac-tief gesprek in zijn werk ging.
Aan het eind kregen de docenten een CKV-leidraad met achtergrondinformatie over de tentoon-stelling en een boekje “Eerste hulp bij fotografie” mee naar huis.

5.2. Algemene criteria
In het kader van mijn onderzoek was ik bijzonder geïnteresseerd in de manier waarop, en in hoeverre het Stedelijk de methodiek van MUHKA en Witte de With toepaste. Ik baseer mijn bevindingen op de criteria die ik hierboven uitgebreid heb beschreven. Ook beantwoord ik daarmee mijn tweede onderzoeksvraag: “Wat is een goede interactieve rondleiding?” Ik splits dit onderwerp naar doelgroep, gids en groepsdynamica.

Doelgroep
De doelgroep bestond uit in kunst geïnteresseerden.
De gids
De tijd was te kort om de gids in de gelegenheid te stellen een persoonlijk contact te leggen met de bezoekers. Het is de gids wel gelukt een goede sfeer te creëren, voornamelijk door een vriendelijke uitstraling. De groep werd beschouwd als partner in het kijk- en denkproces. Dit werd duidelijk door de soort vragen die de gids stelde. Geen vragen als een soort kwis, niet voor de hand liggend, afgestemd op het niveau van de groep en bedoeld om werkelijke antwoorden te krijgen.
Groepsdynamica
Onder dit onderwerp wil ik ook de lichaamstaal van de gids bespreken. Haar mimiek was po-sitief neutraal. Zij hield voldoende rekening met de leef- en denkwereld van de groep. Zij was attent en inlevend en stimuleerde daardoor de groep. Niettemin kwamen de discussies niet echt op gang. De mensen waren opvallend terughoudend en onzeker. Dit laatste was voor mij wat onbegrijpelijk. Ik vond de gids positief en voelde mij vrij om vragen te stellen. Toch deden mijn collega-docenten dit niet. In mijn ogen zou de docent beeldend juist open moeten staan voor gedachtewisselingen, vooral als die betrekking hebben tot kunst. Mogelijk kwam dit omdat de tijd te kort was voor de gids om het niveau van de groep goed aan te voelen.

6. Conclusie
De werkwijzen van MUHKA en galerie Witte de With komen in grote lijnen met elkaar overeen. Het verschil in de uitwerking zie ik vooral in het aantal praktische voorbeelden. Witte de With gaat hierin een stuk verder, waardoor het voor een startende gids, zoals ikzelf, eenvoudiger wordt om de theorie in praktijk te brengen.

Tijdens mijn bezoek aan het Stedelijk te Amsterdam heb ik de voordelen van een interactieve rondleiding kunnen ervaren.
Ik heb mij de vraag gesteld of de interactieve methode uitsluitend voordelen kent; of er ook nadelen te vinden zijn.
Het voordeel van het achterwege laten van theorie kun je eveneens als een nadeel zien. De bezoeker heeft minder kans het kunstwerk in zijn tijd te plaatsen met eventuele dwarsverbanden naar andere kunstvormen, zoals muziek en architectuur. Sommige hoger opgeleide groepen zullen dit als een gemis ervaren. Daar staat echter tegenover dat ook deze groepen op een voor hen nieuwe wijze met de kunstwerken worden geconfronteerd. Het kan dus als een eye opener werken. Ik denk dat de interactieve benadering voor een verfrissende kijk op kunst zorgt. Diegenen die meer achtergrondkennis verlangen, zullen vaak in staat zijn zich die kennis zelfstandig te verwerven. Ik denk hier aan reeds hoger opgeleiden. Voor scholieren kan achtergrondinformatie via de lessen CKV volgen, terwijl het voor de jongste groepen nog niet van belang is. Daar telt uitsluitend de kunstervaring.
Mijn eindconclusie is dat de interactieve rondleiding voor een kunstconfrontatie zorgt die de bezoeker bijblijft. Deze ervaring is voor veel mensen nauwelijks te verwachten uit de traditionele rondleiding, die als saai wordt ervaren en waar het kunstwerk verdwijnt achter een grote hoeveelheid kennis en weetjes.

7. Bronnen en literatuurlijst

“MUHKA/ Visie en methodiek” door Greta Corenman.
“Interactieve kunstconfrontatie” door  Belinda Hak, galerie Witte de With
“Wat vind jij nou kunst? , Zone jaargang 3, nr. 3
“Uitdagend onderwijs leraar en leerling in een interactieve leeromgeving”
Castelijns, J.Jager.
“Samen vliegeren methodiek en resultaten van interactieve schooldiagnose”,
Petri
Leidraad SMCS.CKV, 60 jaar Magnum Photos
Kijkwijzer “Eerste hulp bij fotografie”, Educatie Stedelijk Museum, Amsterdam

8. Bijlagen
8.1. Bijlage 1
8.1.1. Deel 1
“Hallo, welkom in Witte de With. Weten jullie waar jullie zijn? Iedereen twijfelt, schuifelt, lacht een beetje. In een museum toch?
En wat komen jullie doen? Weet niet! Iemand weet het wel: kunst kijken?
Gaan jullie vaker kunst kijken? Neuh!
Wat is kunst volgens jullie? Stom! Kunst is voor bejaarden. Kunst is saai!
Kunst is saai? Hoe bedoel je dat?
Op deze manier begint een openingsgesprek tussen VMBO leerlingen en een gids.

8.1.2. Deel 2
Hier volgt nog een opmerkelijke stuk uit een gesprek:
Een jongen zegt: ik zou een schilderij mooier vinden dan deze poster.
Waarom? Dan kunnen jullie aan de muur hangen, in een lijst. Dan ziet het er meer uit als kunst.
Is het belangrijk dat je ziet dat het kunst is? Ja, dat vinden de meesten wel.
Dus een schilderij is kunst, maar een poster niet? Bijna iedereen knikt. Iemand zegt: Het is helemaal niet mooi.!
Wat vindt de rest ervan? Is het belangrijk dat kunst mooi is? De meningen zijn verdeeld. Iemand zegt: kunst moet toch vooral ergens overgaan, een betekenis hebben. Het mag mooi of lelijk zijn, dat maakt niet uit. Iedereen denkt na. De mensen zijn het er mee eens. Iemand: als het raakt.

Het gesprek komt tot de sleutel ervaring. De sleutel ervaring in dit geval betekent dat de leerling zelf tot een inzicht komt over een of een ander onderwerp. Het heeft een positief effect op de betrokkenheid van jongeren bij het kunstwerk.

8.1.3. Deel 3

Wat is MAGNUM?
MAGNUM levert tot op heden foto’s die zich wereldwijd verankerd hebben in het collectieve geheugen, zoals de beelden van de intocht van het Russische leger in Praag, 1968 en de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing, 1989. In de tentoonstelling is per jaar de geschiedenis van MAGNUM zichtbaar aan de hand van foto’s, boeken en teksten. Het publiek kan werk zien van 83 fotografen, waaronder Robert Capa, Henri Cartier-Bresson, Carl de Keyzer, Martin Parr, Susan Meiselas en Leonard Freed.

8.1.4. Deel 4
Voorbeeldvragen

Aanwijzingen:
- Stel open en objectieve vragen beginnend met wie, wat , waar, hoe, welke. Accepteer geen ‘saai. ‘ja’, ‘nee’, maar vraag altijd door… waarom, want?
- Stel gevarieerde vragen met betrekking tot: kijken, interpretatie en fantasie, eigen mening, context van de tentoonstelling, kunstgeschiedenis, visie van de maker, productie van het werk, kunstfilosofie, de hedendaagse samenleving, het dagelijkse leven of de “huidige” politiek.

Voorbeeldvragen bij introductie:

- Wie zijn jullie?
- Zijn jullie hier eerder geweest?
- Gaan jullie vaker naar musea? Naar welke? Wat vonden jullie van dat bezoek? Waarom?
- Kijken jullie vaker kunst?
- Wat verwachten jullie hier te zien?

Voorbeeldvragen tijdens de kunstconfrontatie:

- Waar gaat het werk volgens jou over? (kijken, interpreteren, visie van de maker)
- Hoe is dit werk gemaakt? (productie van het werk)
- Waarom vindt de maker dit onderwerp belangrijk? (visie van de maker)
- Wat heeft de werkte maken met onze huidige samenleving?
- Vind je dat kunst mooi moet zijn?
- Wat vind je ervan? Waarom?

Voorbeeldvragen bij het eindgesprek:

- Hebben jullie nog vragen?
- Hebben jullie nog meer informatie nodig?
- Wat vonden jullie ervan? Waarom?
- Hebben jullie een werk gezien dat je het meest aanspreekt? Welke? Waarom?
- Denk je nu anders over (hedendaagse) kunst dan voor je bezoek? Waarom wel/niet?
- Komen jullie nog eens terug?
- Zou je de tentoonsteling aan anderen aanraden? Waarom


Reageer